Staring
Landhotel De Hoofdige Boer is genoemd naar het gedicht De Hoofdige Boer van dichter A.C.W. Staring. Het gedicht begint met de dichtregel ‘Elk weet waar ‘t Almensch kerkje staat’. Het verwijst naar onze streek, geschiedenis, landheer en literatuur en de koppige behoudende aard van de mensen in het Oosten. Veel van Starings werk eindigt met een grap.
Hoe komt het hotel aan die naam? Dick Holtslag was in 1964 in gesprek met een voorname gast. Deze informeerde bij Dick of de fraaie kerk die hij zag vanuit de Theetuin, direct naast het hotel soms de kerk was uit het beroemde gedicht van Staring. Dick en zijn vrouw Willy zochten het gedicht op en vonden zoveel aanknopingspunten in het gedicht, dat ze besloten het hotel ‘De Hoofdige Boer te noemen.
Anthony Christiaan Winand Staring (1767-1840) was Achterhoeker in hart en nieren. Hij werd geboren in Gendringen en bracht een groot deel van zijn leven door op kasteel De Wildenborch in Vorden, 8 kilometer van Almen. Hij groeide niet alleen uit tot een dichter van landelijke allure, ook de manier waarop hij als landheer het landgoed exploiteerde was voor die tijd zeer bijzonder.
De landheer Staring had oog voor de natuur, maar ook voor de mens. Zo liet hij op De Wildenborch een school bouwen, voor kinderen van boeren en landarbeiders.
De meeste bekendheid verkreeg hij nog door zijn dichterschap. Bekende puntdichtjes ofwel epigrammen, vaak unieke combinaties van wijsheid en ironie, zijn van zijn hand. U vindt ze terug in de hotelkamers en in het restaurant.

